Replica gemaakt van onderduikershol WO II in Geele Bosch in Oldeholtwolde

Geplaatst op: 22-02-2020

De Geele Bosch aan de Stelweg/Ottersweg in Oldeholtwolde is een particulier bosje niet ver van de Mildamster brug over de Tjonger. Het is een van de weinige bosgebieden in deze buurt en heeft in de oorlog een rol gespeeld. Het gaat om een onderduikershol in dit bosje. De familie Ros eigenaar van het bosje en van Boerderijcamping de Geele Bosch en Karst Berkenbosch willen dit in stand houden voor het nageslacht. Op vrijdagmorgen is de replica aangelegd met palen en planken. Het is ook een educatief project en past nu goed in het kader van 75 jaar bevrijding. 

Het verhaal van de neergestorte bommenwerper en de bemanningsleden
“Toen er in de oorlog op 7 mei 1944 een Amerikaanse bommenwerper motorpech kreeg, moest deze een noodlanding maken bij Nijeholtwolde. Ter hoogte van de Geele Bosch sprongen er vier parachutisten uit. Zij landden in het land voor de boerderij van de familie Hoekstra aan de Stelweg. Ze werden al snel door de 17 jarige Jacob Heida uit Mildam, die dankzij een ULO-opleiding Engels verstond, naar de familie Hartkamp (de buren van Hoekstra) gebracht, die ze te eten gaf. Daarna werden ze door Jan Visser en vader Sake Hoekstra ondergebracht in een hol in de Geele Bosch, die Visser daar wist te zitten. Dat was nodig, omdat de Duitsers al snel op zoek waren naar de parachutisten. Wel werd besloten om ze daar zo spoedig mogelijk weer weg te halen, omdat men vreesde voor een razzia. Toen de rest van de familie Hoekstra naar de kerk was, werd vader Hoekstra door de Duitsers ondervraagd en meegenomen naar de buren. Zij wisten natuurlijk van niets. Jacob Heida had ondertussen contact gezocht met zijn vader Riekele en zijn broer Jeep en zij schakelden Fokko van der Bos in, die kruidenier in Mildam was. Van der Bos bediende tevens het gemaal dat 1 ½ kilometer westelijk van de Mildamsterbrug de Mildamsterpolder bemaalde. Besloten werd om de vliegeniers ’s nachts met het bootje dat daar lag over de Tjonger te zetten. Van der Bos werd onderweg naar het gemaal op de brug tegen gehouden door de Duitsers, maar omdat hij zei dat hij naar het gemaal moest en daarop zijn vergunning liet zien, mocht hij gaan. Bij het gemaal aangekomen stapte Van der Bos in het bootje en punterde een eind terug richting Mildam om zo dichter bij de Geele Bosch te komen, maar vooral om eerst Jacob en Jeep over te zetten die vanuit Mildam de oversteek moesten maken. De beide jongens slopen daarna door de weilanden verder, waarna Jeep zich verstopte in de schuur van Siebren de Vries. Omdat hier ook wacht gehouden werd, moest Jacob langs de wachtposten sluipen om zo in de Geele Bosch te komen. Tot overmaat van ramp kon Jacob in het donker het hol niet meer terug vinden en moest hij naar de familie Hartkamp om hulp te halen. Zoon Bertus wees hem de plaats van het hol. Jacob is toen met de parachutisten, waarbij ook Jeep zich aansloot, weer terug geslopen naar de Tjonger. Omdat het lichte maan was kon men ver zien. Om niet op te vallen gedroegen ze zich als koeien en liepen voorover gebogen door het land met de handen naar de grond gericht. Eenmaal bij de Tjonger heeft Van der Bos hen alle vijf(?) veilig overgezet, waarna men de parachutisten opving op de boerderij van de Heida’s. Vader Heida had namelijk achter in het land voor noodgevallen een compleet ingerichte kamer met keuken in de grond gemaakt. Dit verblijf diende de parachutisten als tijdelijk onderkomen. Later zijn ze naar Heerenveen gebracht en tijdens de bevrijding met de Canadese tanks vertrokken. Na de oorlog kreeg de familie Hoekstra nog een certificaat en een in het Nederlands opgestelde brief van het Gezantschap van  de Verenigde Staten van Amerika.”

Deze tekst staat in het boek ‘Wat West is’, geschreven door Karst Berkenbosch.


Tekst & Foto's: Lenus van der Broek